Artikel 4

Artikel 4: Indiening bij de Commissie

4.1 De Polishouder dient een Klacht schriftelijk aan de Commissie voor te leggen. Bij zijn brief dient hij alle schriftelijke bescheiden over de Klacht jegens de betreffende Verzekeraar over te leggen. De Commissie kan Verzekeraars verplichten om op hun website additionele informatie te verstrekken over: (i) het bestaan en doel van de Commissie, (ii) de contactgegevens van de Commissie, en (iii) de procedure bij de Commissie en de daarvoor benodigde bescheiden.
 
4.2  Indien uit de brief niet blijkt dat de Polishouder zijn Klacht eerder aan de Verzekeraar heeft voorgelegd en de Verzekeraar daarover een definitief oordeel heeft geveld, zal de Commissie de Polishouder verzoeken de schriftelijke bescheiden waaruit dit blijkt, alsnog over te leggen. Indien de Polishouder deze bescheiden dan niet kan overleggen, zal de Commissie de Polishouder verzoeken de Klacht alsnog aan de Verzekeraar voor te leggen.
 
4.3 De Polishouder dient bij het indienen van de Klacht bij de Commissie schriftelijk te verklaren dat hij de uitspraak van de Commissie als bindend advies zal aanvaarden.
 
4.4 De Commissie is niet bevoegd een Klacht in behandeling te nemen en zal de Polishouder hierover zo spoedig mogelijk berichten, indien:
  1. dezelfde Klacht al eerder door de Commissie is behandeld, tenzij de Polishouder aannemelijk maakt dat er ten aanzien van zijn persoonlijke situatie sprake is van onvoorziene gewijzigde omstandigheden die naar maatstaven van redelijkheid en billijkheid meebrengen dat de Klacht opnieuw door de Commissie in behandeling wordt genomen;
  2. de Klacht reeds aanhangig is bij, of tot een beslissing heeft geleid van, een rechter, het KiFiD, een commissie van scheidsmannen, of een daarmee vergelijkbare instantie;
  3. de Klacht nog niet eerder door de Verzekeraar is behandeld;
  4. de Klacht ziet op een ander deel van de Regeling dan de Schrijnende gevallen-regeling, of op een  deel van de Schrijnende gevallen-regeling ter zake waarvan de Commissie niet bevoegd is;
  5. de Polishouder geen schriftelijke verklaring heeft afgelegd als bedoeld in artikel 4.3.
  6. de Klacht niet binnen de in de Regeling opgenomen termijn bij de Verzekeraar is gemeld, ofwel, bij gebreke aan zo'n termijn in de Regeling, niet binnen vijf jaar na de datum van de bekendmaking van de Regeling bij de Verzekeraar is ingediend en/of
  7. de Klacht, echter onverminderd het bepaalde in artikel 4 lid 4 sub a, niet is ingediend binnen drie maanden nadat de Verzekeraar een definitief oordeel over de Klacht heeft geveld en de Polishouder schriftelijk door de Verzekeraar op deze termijn is gewezen.
4.5 Het vorengaande laat onverlet dat de Polishouder bij gewijzigde omstandigheden een nieuw beroep kan doen op de Schrijnende gevallen-regeling, in welk geval van een nieuwe Klacht sprake is.